Geschiedenis van carnaval in Nederland

De Geschiedenis van Carnaval
bron:  feestendatabank van het Meertens instituut. http://www.meertens.nl/feesten/carnaval.html

Algemene omschrijving

Het tijdstip van de viering van carnaval is afhankelijk van de wisselende datum waarop Pasen jaarlijks wordt gevierd. De zevende zondag voorafgaande aan Paaszondag is carnavalszondag. Het carnaval is een feest dat vooral in de provincies Limburg en Noord-Brabant drie dagen lang het dagelijks leven in zijn greep heeft. Op carnavalszaterdag of -zondag nemen de vele Prinsen Carnaval voor drie dagen op rituele wijze de macht van de burgerlijke autoriteiten over in dorpen en steden (de machtsoverdracht of sleuteloverdracht) en vieren met hun onderdanen, de carnavalsvierders, de tijdelijke vestiging van hun narrenrijk. Carnavalsvierders verkleden zich in een door hun gewenste uitdossing en nemen in een driedaagse carnavalsroes bezit van de straat en de café’s. Ook zoeken ze elkaar op in feestzalen. De feestlocaties zijn versierd met maskers en serpentines en de feestmuziek bestaat uit carnavalsrepertoire.

Op één van de drie carnavalsdagen trekt de optocht door de straten, de zegetocht van Prins Carnaval. Op carnavalsdinsdag rond middernacht wordt in veel plaatsen in een collectief afsluitingsritueel afscheid genomen van het narrenrijk en zijn Prins. Carnavalsmascottes en symbolen worden dan verbrand, begraven of verdronken. Op aswoensdag wordt het dagelijkse leven weer opgepakt. 
Het jaarlijks terugkerende carnavalsspel voltrekt zich in een opeenvolging van vaststaande rituelen en wordt georganiseerd door de vele carnavalsverenigingen in Nederland. Aan de carnavalsdagen gaat een periode vooraf, het zogenaamde ‘voorseizoen’, die begint op 11 november. In het voorseizoen wordt de machtsovername van Prins Carnaval op de eerste carnavalsdag voorbereid. Prins Carnaval verschijnt dan ten tonele, er worden zittingen georganiseerd waar de burgerlijke autoriteiten op de korrel worden genomen, vaak wordt een carnavalslied tot volkslied van dat jaar uitgekozen en de carnavalsstemming wordt opgebouwd.



Geschiedenis

In de zeventiende eeuw krijgt de term ‘carnaval’ in Europa de overhand voor feesten die zich kenmerken door vermommingen, ommegangen, de instelling van een spotheerschappij met een eigen hiërarchie en uitbundig eten en drinken. In de middeleeuwen sprak men van de vastenavondviering, waarin men nog één keer luidruchtig kon feestvieren met veel spijs en drank om vervolgens vanaf aswoensdag de rooms-katholieke vastentijd in te gaan als voorbereiding op Pasen. In één van de verklaringen voor het woord ‘carnaval’ wordt de relatie tussen dit uitbundige feest en de daarop volgende vasten gelegd: carne vale betekent vlees vaarwel. Een andere verklaring voor het woord bestaat uit de veronderstelde afleiding van carrus navalis, een scheepswagen die in de vastenavondtijd door de straten werd getrokken met aan boord vermomde vierders. 
Zoals bij zoveel gebruiken wordt bij het carnaval een relatie gelegd tussen het moderne naoorlogse feest en vergelijkbare verschijningsvormen van feesten in een liefst ver verleden. De meeste populaire studies over het carnaval beginnen met een historisch overzicht dat tot ver vóór Christus teruggaat. Maskerades, de tijdelijke opheffing van de sociale ongelijkheid, het instellen van een korte periode van chaos en uit het volk aangestelde schertskoningen die enkele dagen heersen; dit soort feestrituelen kwam in het oude Babylon, in Mesopotomië en Egypte, bij de Grieken, de Romeinen en de Germanen al voor. 
In de historische verankering van het carnavalsfeest zijn grofweg twee stromingen te onderscheiden. Op de eerste plaats is er de visie op het feest als een van oorsprong heidens lentefeest met vruchtbaarheidsrituelen. Koning Winter moest worden verdreven zodat de vruchtbaarheid na de winter terug kon keren. In de middeleeuwen zou de katholieke kerk dit heidense feest gekerstend hebben en opgenomen in de liturgische jaarkalender. 
Een tweede ‘oorsprongs’-verhaal gaat uit van de katholieke Kerk als initiatiefnemer. Zij zou het feest in de Middeleeuwen hebben ingesteld als overgangsritueel om de drempel naar de veertigdaagse vasten vóór Pasen te verlagen. De vastentijd wordt voorafgegaan door een anti-schepping (carnaval) om zodoende de afkeuring van een leven met een puur aards karakter op te wekken. Door de gewone mensen enkele dagen heel concreet en aanschouwelijk te tonen én te laten ervaren wat het betekent als de duivel, heksen, narren, de anti-christ en het eigenzinnige in de mens regeren, had het feest een opvoedende functie voor de zogenoemde ‘gewone gelovigen’. Een belangrijke vertegenwoordiger van deze stroming is de Duitse volkskundige D.R. Moser. 
(kommentaar Glaozigen Errepul: dit laatste lijkt mij grote flauwekul:)

Carnaval vanaf de zestiende eeuw in Nederland

In de zestiende eeuw kwam aan de openbare en massale carnavalsviering uit de Middeleeuwen een eind. De scheuring binnen het christendom als gevolg van de Reformatie, leidde tot een religieuze tweedeling op het grondgebied van het huidige Nederland: boven de rivieren Maas en Rijn werd het protestantisme het dominante geloof; in de gebieden die tegenwoordig de provincies Limburg en Noord-Brabant beslaan, bleef het katholieke geloof dominant. In het na de Reformatie overwegend protestantse deel van het huidige Nederland verdween de openbare vastenavondviering uit het straatbeeld. De vastenavond werd geduid als een ‘Roomsche superstitie’ en met verboden de kop in gedrukt. Echter, ook in het katholieke zuiden nam de deelname aan het feest af. 
Zonder te ontkennen dat in het huidige carnaval herkenbare verschijningsvormen uit het verleden zitten, kan worden gesteld dat het feest zoals wij het nu kennen betrekkelijk jong is. Met uitzondering van een aantal plaatsen in Limburg en Noord-Brabant waar in de negentiende eeuw de organisatie van carnavalsvieringen weer werd opgepakt, is de overgrote meerderheid van de carnavalsverenigingen opgericht na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw bleef de viering, op enkele uitzonderingen na, nog beperkt tot de zuidelijke provincies Limburg en Noord-Brabant, waar het merendeel van de bevolking katholiek was. In de loop van de jaren zestig kwam de relatief sterke afbakening tussen het katholieke zuiden aan de ene kant en het calvinistische westen en noorden van Nederland aan de andere kant op de helling te staan. Het carnaval overschreed vanaf deze jaren de grens van de ‘grote rivieren’, de Maas en de Rijn. Aan het einde van de twintigste eeuw komt men in alle provincies van Nederland carnavalsverenigingen tegen die zich actief inzetten voor de organisatie van het feest.

Variatie in de carnavalsvieringen

Het carnaval kenmerkt zich door een grote mate van variatie in de verschijningsvorm en de inhoud. In een vergelijking tussen bijvoorbeeld het carnaval in Rio de Janeiro, Venetië, Keulen, Maastricht en het zomercarnaval in Rotterdam wordt dat meteen duidelijk. Ook het tijdstip van de viering is een minder uniform gegeven dan in eerste instantie wellicht wordt gedacht. Zo spreekt men in Nederland van een carnavalsseizoen dat aanvangt op 11 november en eindigt op aswoensdag. In België is het carnavalsseizoen langer, getuige halfvastenvieringen en carnavalsfeesten op de zondag na aswoensdag. In het Zwitserse Bazel viert men carnaval in het weekend ná aswoensdag. En op Malta is de naoorlogse carnavalsviering zelfs volledig losgekoppeld van de traditionele carnavalsdagen vóór aswoensdag: daar wordt carnaval gevierd in de tweede week van mei. 
Met betrekking tot de verschijningsvorm van het carnaval treden in een onderlinge vergelijking tussen Limburg en Noord-Brabant ook duidelijke verschillen naar voren. Zo nemen veel Brabantse gemeenten tijdens de carnavalsdagen een carnavalsnaam aan: Den Bosch wordt Oeteldonk, Bergen op Zoom verandert in Krabbegat en Breda heet Kielegat. In Limburg komen deze naamsveranderingen slechts bij uitzondering voor. Een Prins Carnaval is weliswaar een algemeen verschijnsel, maar de invulling van deze carnavaleske functie is niet overal dezelfde. In Limburg kan deze functie slechts één seizoen door dezelfde persoon bekleed worden. In Brabant kan deze schertsfiguur jarenlang door dezelfde persoon worden vertolkt. Worden de Prinsen in Limburg bijgestaan door een Raad van Elf, in Noord-Brabant luisteren vergelijkbare groepen naar namen als ‘Boere Parlement’ (Den Bosch) of de ‘Leutige Ploeg’ (Bergen op Zoom). 
Naast landelijke en provinciale variaties is de diversiteit in carnavalsrituelen ook per stad of dorp groot. In de vele jubileumboeken van plaatselijke carnavalsverenigingen worden de lokale rituelen beschreven.


SchoolTV heeft het volgende eenvoudige verhaal over de geschiedenis van Carnaval.
https://www.schooltv.nl/video/de-geschiedenis-van-carnaval-ieder-jaar-in-februari-wordt-er-gefeest/

Ieder jaar in februari is het carnaval. Vooral in Brabant en Limburg, wordt er dan drie dagen gefeest. Je trekt bijzondere kleren aan en je gaat hossen en zingen, of je loopt mee in een carnavalsoptocht.
Als we ver terug gaan in de tijd, dan zien we dat ook toen al carnaval werd gevierd. De oude Grieken en ook de Romeinen dansten al verkleed op speciale feestmuziek. In onze streken was het een voorjaarsfeest, omdat de winter bijna voorbij was. De winter was de moeilijkste tijd van het jaar. Er groeide niets meer en er was dus bijna niets te eten.
De mensen waren ieder voorjaar blij dat de zon langer ging schijnen en dat het warmer werd. Ze bedankten daarvoor de goden. De boze geesten die voor de kou hadden gezorgd werden weggejaagd. Met heel veel herrie en enge maskers. Ook toen de mensen christelijk waren geworden, bleven ze dit voorjaarsfeest vieren.
Het werd een feest dat bij de kerk ging horen en werd gevierd de avond voor de vasten begon. Eerst wilde iedereen nog flink eten, drinken en feest vieren. Dat gebeurde op vastenavond. Tegenwoordig noemt iedereen de vastenavond carnaval.

Carnaval, al honderden jaren oud

Carnaval
In het vroege voorjaar zet half Nederland de wereld een paar dagen op z’n kop. In heel Nederland, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg.
Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De één wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses. Urenlang wordt er gefeest, wel drie dagen lang.
Waarom gebeurt dat ieder jaar? En hoe lang vieren we al carnaval?

Carnaval
Ieder jaar in februari wordt er gefeest, het is dan carnaval.
Met carnaval staat de wereld een paar dagen op z ́n kop. In heel Nederland, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg.
Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De één wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses.
Er wordt wel drie dagen lang gefeest. Er wordt gedanst, gegeten, gedronken. De burgemeester heeft niets te vertellen. Prins Carnaval is nu de baas. Plaatsnamen worden veranderd. Zo heet Den Bosch Oeteldonk, Eindhoven Lampegat en Bergen op Zoom Krabbegat.

Ontstaan
Het carnavalsfeest is al honderden jaren oud. Hoe oud het precies is, dat weten we niet. Maar we weten wel dat de oude Grieken hun wijngod Dyonisos op een schip met wielen rond reden. En dat de Romeinen een feest vierden waarbij ze zich ook verkleedden. En de Germanen vierden een feest in februari, omdat de zon dan weer langer ging schijnen. Ze waren blij dat de lange, koude winter weer voorbij was.
De winter was voor de Germanen de moeilijkste tijd van het jaar. Er groeide niets meer en er was dan ook bijna niets te eten. De mensen waren dan ook ieder jaar weer dankbaar dat de zon langer ging schijnen en dat het warmer werd. De goden werden daarvoor bedankt en de boze geesten, die voor de kou hadden gezorgd probeerde men te verdrijven. Iedereen hoopte dat de planten weer zouden gaan groeien, dat er weer voldoende eten zou komen.

Maskers en ratels
Vroeger droegen de mensen vaak maskers om daarmee de geesten af te schrikken. Ook ratels en bellen gebruikten ze daarvoor.

Vastenavond
Toen de Germanen christelijk waren geworden, veranderde het carnavalsfeest. De christelijke kerk heeft feestdagen rond het leven van Jezus Christus. Kerstmis is het feest van zijn geboorte. Op Goede Vrijdag wordt herdacht dat hij aan het kruis is gestorven en met Pasen dat hij opstond uit de dood.
De gelovigen willen het lijden van Jezus meebeleven. Veertig dagen lang eten ze geen vlees en leven ze eenvoudig. Dat noemen ze de vastentijd. Maar voordat de vastentijd in februari begint, willen ze nog graag uitgebreid eten en drinken. Dat werd het feest van Vastenavond, de avond voor de vasten begint. Tegenwoordig noemt iedereen dat feest carnaval.

Verboden
De kerk had wel veel problemen met dat vele drinken, eten en feesten. Mensen konden dan niet meer goed nadenken en zouden allemaal rare dingen doen. De kerk verbood daarom het carnavalsfeest.
De mensen probeerden onder dit verbod uit te komen. In Den Bosch bijvoorbeeld bedachten de mensen een soort toneelstuk van drie dagen.
Alles wat er die dagen gebeurde werd gespeeld en was niet echt. De stad kreeg in dat toneelstuk een andere naam: Oeteldonk. En de burgemeester van Oeteldonk heet Peer van de Muggenheuvel. Drie dagen lang heeft hij het voor het zeggen en niet de burgemeester van Den Bosch.

Carnaval
Drie dagen lang wordt alles wat serieus is vergeten. Er wordt plezier gemaakt en overal wordt de draak mee gestoken. Bijvoorbeeld als wethouders of andere belangrijke figuren in de stad iets heel erg fout hebben gedaan en je hebt daarmee in de kranten gestaan, dan kan het zijn dat je met carnaval daarmee wordt geplaagd.

In Brabant viert men anders carnaval dan in Limburg. In Brabant is het voldoende als men zich verkleedt in boerenkiel met een rode zakdoek om de hals. Ze gaan van kroeg naar kroeg. In Limburg legt men meer nadruk op

 


Carnaval: Fenomeen met traditie
bron:http://users.chello.be/cr32694/index.htm

Het prille begin 
ƒcarrus

Dat carnaval al lang, heel lang bestaat zal niemand wel in twijfel trekken. Waar wel discussie over is, is over de eigenlijke oorsprong van het carnaval en carnavalogen zijn daarover nog steeds niet eens geworden.

Als we alle theorieen op een hoop gooien en daaruit dan de gelijkenissen distileren en aan elkaar toetsen komen we tot de vaststelling dat Carnaval een soort smeltkroes is van heidense en godsdienstige rituelen, die zo niet het nieuwe jaar dan toch een nieuwe lente inluiden (met zo niet een nieuw dan toch in inder geval veel geluid). Al in 2600 voor Christus werd in Mesopotamie een soort nieuwjaarsfeest georganiseerd waarbij een misdadiger voor een dag tot koning werd gekroond, feestelijk werd rond gevoerd in een boot op wielen, en dan al even feestelijk werd terechtgesteld. Nil novi sub sole, niks nieuws onder de zon: vandaag wordt nog steeds met praalwagens rondgereden, een Prins Carnaval verkozen en een pop (die Prins Carnaval moet voorstellen) feestelijk in brand   gestoken.

In latere culturen vinden we veel dan deze elementen terug. Zo werd in het oude Egypte gedurende de laatste 5 dagen van het jaar niets ernstigs meer ondernomen om de Goden niet te misgenoegen en werd er op 21 December een houten stier op wiel voorgetrokken onder het zingen van obscene liederen. In die stoet werden ook nog reuze fallussen meegedragen, dit alles ter verering van de vruchtbaarheid.

In Griekenland vierden ze iets gelijkaardigs op 21 maart. De zinnelijke God Dionysus werd er rondgereden op een wagenschip vanwaaruit versnaperingen naar de toeschouwers werden gegooid.

Dankzij het sjoemelen met de kalender door de Romeinen gingen al die feesten rond Nieuwjaar samenvallen met het begin van de lente. Julius Caesar verschoof immers de nieuwjaarsdatum naar 1 januari. Vandaar dat bijvoorbeeld oktober, de achtste maand, nu de tiende maand werd, november de elfde ipv de negende maand, enz. De eindejaarsfeesten grepen van dan af plaats op het einde van februari. De Romeinse keizer had er evenwel niet aan gedacht dat je de kalender zoveel kan veranderen als je maar wil, maar dat seizoenen daar geen rekening mee houden. De Saturnaliafeesten moesten volgens de nieuwe kalender rond 1 januari plaatshebben, maar dat ging niet omdat die feesten de zaaiperiode inluidden en je kan bezwaarlijk het kostbare zaad aan de hardbevroren aarde toevertrouwen. Van dan af hebben wij lekker twee redenen om te feesten: zowel Nieuwjaar en Carnaval (het begin van de lente). Tijdens de Saturnaliafeesten werden de slaven vrijgelaten en mochten ze een week lang hun bazen treiteren. Het ligt voor de hand dat ze dat liever incognito deden en maskers gingen dragen. Bij die gelegenheid werd eveneens een schijnkoning verkozen.

Carrus Navalis of Carne Vale

Ook de Germanen en de kelten kenden een soort Carnaval, compleet met een schip op wielen (alweer) en een stoet gemaskerde mensen. Verder van ons vandaan vieren ook de Maya’s, de Chinezen en de Afrikaanse volkeren hun versie van de feesten rond het wisselen van de seizoenen, waarna we langzamerhand bij onze eigen Middeleeuwen zijn beland. Tijdens de Middeleeuwen zag de kerk met lede ogen al dat heidens gedoe aan en ze slaagde er maar niet in om narrenfeesten en andere uitspattingen bij het begin van de lente onder de knoet te houden. Vandaar dan uiteindelijk het lumineuze idee om die feesten een religieus tintje te geven en als het ware te institutionaliseren: Carnaval werd van dan af op de vooravond van de vastenperiode gevierd en was de laatste gelegenheid om nog eens flink te schransen. Duidelijk een drogreden, want het vlees kon toch niet langer bewaard worden omdat het ijs in de koelkelders bij het begin van de lente begon af te smelten. De voorraad van het bewaarde vlees moest dus zo vlug mogelijk op en daaruit volgt een mogelijke verklaring van het woord Carnaval: “Carne Vale”, “Carrus Navalis” heet. De historic zijn het hier duidelijk niet eens. De spraakverwarring wordt dan helemaal compleet als met de reformatie de vasten wordt afgeschaft, Carnaval en kerk plots weer niets meer met elkaar te maken hebben. Het enige wat van die binding uiteindelijk overbleef was de datum voor Carnaval, die zijn oorsprong in de kerkelijke calender vond en bleef samenvallen met de vooravond van de vasten. Waaruit volgt dat de carnavaldinsdag ten vroegste op 4 februari en ten laatste op 9 maart valt. Voor wie carnaval dan weer niet vroeg genoeg kan vallen, kunnen we alvast het jaar 2008 aanbevelen: 3 tot 5 februari worden de vroegste carnavaldata in de eerste 25 jaar.



Carnavalsgeschiedenis 2
bron :http://www.dsv.nl/%7Ehoogw/carnaval.htm

In veel landen komt eenmaal per jaar de „carnavalsgeest” boven. De festiviteiten duren gewoonlijk van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van de Grote Vasten. In de Verenigde Staten is de populairste carnavalsviering die van New Orleans, die bekendstaat als Mardi Gras (Frans voor „Vette Dinsdag”, aangezien volgens het gebruik al het vet in huis werd opgemaakt voordat de Grote Vasten begon). Carnaval is ook een traditionele viering in veel Europese en Zuidamerikaanse steden: Parijs, Nice, Rome, Venetië, München, Rio de Janeiro, Buenos Aires, om er maar een paar te noemen. Maar, zoals de Delta Larousse encyclopedie (Portugese editie) opmerkt, „die in Rio de Janeiro wordt als de levendigste beschouwd”.
Carnaval: „Het feest is . . . waarschijnlijk een vermenging van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest.” — Grote Winkler Prins Encyclopedie, Deel 5, zesde druk, blz. 114.
„De verste oorsprong van carnaval kan gezocht worden in godsdienstige gebruiken in de oudheid. . . . Het masker werd daarbij gebruikt als middel om boze geesten te verjagen.” — Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie, Deel 6, blz. 548.
De Delta Larousse encyclopedie verklaart: „De oorsprong van carnaval heeft men gezocht in de oudste orgiastische vieringen van de mensheid, met inbegrip van de Romeinse Saturnaliën, die van religieuze aard zijn, de viering van de terugkomst van de lente, als symbool van de wedergeboorte van de natuur. Ook is men van de rituele oorsprong van de carnavalsmaskers te weten gekomen dat ze in verband stond met de aanbidding van de doden.”
Niemand weet zeker wat de oorsprong is van carnaval. De wortels ervan gaan diep terug in de geschiedenis, en er bestaan dan ook vele gissingen over. De Encyclopædia Britannica verklaart onder het trefwoord „Carnaval”: „De afleiding van het woord is onzeker, hoewel het mogelijkerwijs teruggaat op het Middeleeuws-Latijnse carnem levare of carnelevarium, wat de betekenis heeft van het wegnemen of verwijderen van vlees. Dit stemt overeen met het feit dat carnaval de laatste viering is voor het begin van de sobere, 40 dagen durende Grote Vasten, waarin katholieken in vroeger tijden zich onthielden van het eten van vlees. De historische oorsprong van carnaval is ook in duister gehuld. Het heeft zijn oorsprong mogelijk in een primitieve viering ter ere van het begin van het nieuwe jaar en de wedergeboorte van de natuur, hoewel het ook mogelijk is dat de oorsprong van het carnaval in Italië in verband gebracht kan worden met het heidense feest van de Saturnaliën van het oude Rome.”
Volgens een Braziliaanse televisieproducer Cláudio Petraglia vindt het huidige carnaval „zijn oorsprong in de Dionysus- en Bacchusfeesten en is dat in feite het wezen van carnaval”.
De historicus Will Durant legt uit: „Een gezelschap mannen die de heilige phalli [symbool van het mannelijk geslachtsorgaan] droegen terwijl zij dithyramben [liederen] zongen ter ere van Dionysus, . . . vormde, in de Griekse terminologie, een komos of luidruchtige groep.” Dionysus, in de Griekse mythologie de god van de wijn, werd later overgenomen door de Romeinen, die hem de naam Bacchus gaven. Maar de koppeling met ko’mos overleefde de naamsverandering. De bijbelgeleerde dr. James Macknight schrijft: ’Het woord ko’mois [een meervoudsvorm van ko’mos] komt van Comus, de god van feesten en uitspattingen. Deze uitspattingen vonden plaats ter ere van Bacchus, die om die reden Comastes werd genoemd.’
Tijdens de Griekse festiviteiten ter ere van Dionysus dronken volgens Durant menigten vierders „onbeperkt, en . . . vonden zij dengene die zijn verstand nooit kwijt wil raken onverstandig. Zij liepen in een wilde optocht, . . . en terwijl zij dronken en dansten vielen zij in een soort van delirium waarin alle banden geslaakt waren.” In soortgelijke geest werd er op Romeinse feesten ter ere van Bacchus (de Bacchanalia genoemd) gedronken en wellustig gezongen en gemusiceerd; ze waren het toneel van „bijzonder schandelijke daden”, schrijft Macknight. Uitzinnige menigten, zwaar drinken, wellustige dansen en muziek, en immorele seks vormden dus de basisingrediënten van Grieks-Romeinse uitspattingen.
In The New Encyclopædia Britannica wordt verklaard dat carnaval in verband kan worden gebracht met het heidense Saturnaliafeest van het oude Rome.


Kleding

bron http://www.digitaleregioaalst.be/carnaval/geschiedenis.html

Hoe de  carnavallisten zich toen verkleedden, is niet zo moeilijk te achterhalen. Krantenverslagen en vooral de processen-verbaal lichten vaak een tipje van de vastenavondsluier op. Het zal wellicht niet verbazen dat de arbeidersbevolking, de voornaamste deelnemers van het straatcarnaval, zich geen pralerige pakken konden veroorloven. Voor hen was het zich verkleden in afgedragen kleren van echtgenoot of echtgenote de goedkoopste oplossing. Dat het niet de bedoeling was hierbij fraai uit de hoek te komen werd al snel duidelijk. Door de economische crisis was dit voor de werklieden ook niet mogelijk. Men had vaak geen begrip voor de situatie van de arbeidersbevolking en beschreef hen als “onnoozele snullen in slordige en vuile kleedij omhuld”.  

Het waren vooral mannen die afgedragen of versleten kleren van hun echtgenote aantrokken. Er verkleedden trouwens ook heel wat vrouwen zich in man. Slechts diegenen die het zich financieel konden permitteren huurden of kochten een kostuum.


Geschiedenis en betekenis 

bron: Encarta(R) 99 Encyclopedie

Carnaval, de vooravond van de veertigdaagse vasten, die in rooms-katholieke landen n streken (Italië [Verona, Viareggio], Frankrijk [Aix-en-Provence, Nice], de Rijnstreek [Basel, Rosenmontag te Keulen], België [Aalst, Binche, Eupen], in Nederland in Brabant en Limburg [Bergen op Zoom, ‘s-Hertogenbosch, Maastricht], voorts in Latijns-Amerika, waar vooral Rio de Janeiro op het gebied van de carnavalviering reputatie verworven heeft) feestelijk wordt gevierd, o.a. met de intocht van prins Carnaval.

Het feest is van Italiaanse oorsprong en waarschijnlijk een vermenging van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest. Een van de meest authentieke elementen is het dragen van maskers en vermommingen, vaak gebonden aan een streng traditioneel ritueel, als in Binche (België). De kerkelijke en wereldlijke overheid traden streng op tegen de uitspattingen die het feest meermalen deden ontaarden. De Reformatie keurde het af. Sinds de Tweede Wereldoorlog treedt een herleving van de carnavalviering op, die gepaard gaat met een groeiende commercialisering, en zijn de feestelijkheden in handen van carnavalverenigingen gekomen. Naar Duits voorbeeld worden in de meeste Nederlandse en Belgische carnavalsplaatsen prinsenverkiezingen georganiseerd en treedt een Raad van Elf (carnavalbestuur) op. Onder Rijnlandse invloed beginnen de voorbereidende activiteiten op 11 nov., om elf uur elf minuten. Overigens heeft een aantal carnavalvieringen niet langer op de vooravond van de vasten plaats. (vooral in België, in de weekends tussen carnaval en pasen)

De oorsprong van het woord is onzeker. Men heeft het van Lat. carne vale (= vlees, vaarwel]) of van Ital. carne levare (= opruimen van het vlees) willen afleiden; ook heeft men gemeend dat het zou samenhangen met de carrus navalis (= scheepskar), het wagenschip dat in de lente in de Rijnstreek werd rondgetrokken. Deze laatste afleiding is evenals de eerstgenoemde stellig onjuist, die van carne levare (in 965 voor het eerst in Italië vermeld) is de meest waarschijnlijke.



Nine (9) European Carnivals Types
bron http://www.carnaval.com/going/Default.htm

dun Gloazigen Errepul is niet zo gecharmeerd van Zuidamerikaans en Caribbean Carnaval
wil je hier meer over weten, kijk dan op http://www.carnaval.starttips.com/

a. Rhineland Carnivals (West Germany, East Netherlands , Belgium)
A rich carnival tradition with Prince Carnival, Guards, Royal household and much parading

b. Burgundic Carnivals (province Brabant, Netherlands) 
    everybody is equal, everybody same dress.

c. Mi-Careme ( Luxembourg, France, Walloon province/Belgium) 
    Mid lent celebration. Main cities Metz(F), Petange (Lux), Arlon, Hasselt (B)

d. Guggenmusik Carnivals (Switzerland, Liechtenstein) 
    A cacophony in beautiful dresses music-bands. Main cities are Basel, Zurich, Winthertur, Vaduz



e. Allemanic Carnivals (South Germany)



f.  Balkan Folkloristic Carnivals 
    The masked participants are called Zvoncar’s (Croatia) Kurent (Slovenia), Gyros(Greece) , Kukeri’s, survakari’s , kamilari’s  (Bulgaria/ Macedonia). All these participants wear strings of bells etc. 
     In orthodox countries carnival around Julian New Year, catholic countries during Mardi-Gras. 
     Furthermore in Southern Poland, Hungary and Slowakia there is a variant with masks but without bells. 
     Also in Austria you will find folkloristic traditions as in Eggersdorf (Graz)



g.  Samba Carnivals / Caribbean Carnivals 
     Samba carnivals: Canarian Islands, Portugal, Madeira, Finland and Sweden 
     The two largest street festivals in Europe are Caribbean Carnival inspired with Brazilian and other synergistic influences from the Americas. These are Notting Hill Carnival in London and since 1980 the Caribbean Summer carnival in Rotterdam. There are dozens of Caribbean style summer Carnivals in Great Britain including Leeds (GB) 
 In Finland exists a  National Association for Samba Schools.

h.  Mediterrean Carnivals (famous for allegoric floats) 
     Malta, Italy (Viareggio, Putignano, Fano), Limassol(Cyprus) Nice (France) Sousse(Tunesia), 
     Gozo (Malta) , Patras (Greece), Rijeka ,Samobor, Dubrovnik (Croatia), Cartagena, Murcia (Spain)



i.   New carnivals and Summer Carnivals 
     More and more new carnivals appear in for example Russia (St. Petersburg, Pskov, Moscow) 
     The  Aalborg and Copenhagen (Denmark) represent an even greater multi cultural Carnival style. Also there is the summer carnival along the Adriatic, most famous is the Senj Carnival.(Croatia) 

Some very special carnivals which cannot fit in this attempt to categorize are Cadiz (Spain) with the Murga’s. Ivrea (Italy) with the battle of the oranges, and Binch (Belgium) with the Gilles.


Geschiedenis van de vastenavond en het Rijnlands Carnaval
bron: http://www.pinmaekers.nl/

De vastenavond zoals we hem nu kennen in Limburg en delen van Brabant is ontstaan in de 19 eeeuw in het Duitse Rijnland. In de 14 eeeuw echter werd er al vastenavond gevierd dit kun je bijvoorbeeld zien op een schilderij van Pieter Breugel met de naam “de strijd van vasten avond tegen Vasten”.

Vasten

Vasten is een periode waarin bepaalde gerechten zoals vlees niet gegeten mogen worden. 
De vastentijd is door de kerk ingesteld en duurt zes weken van Aswoensdag tot Pasen. 
Je kunt begrijpen dat de mensen voor de vastentijd nog eens lekker wilde eten, drinken en feesten. Dat gebeurde op de avond voor de vasten, de vastenavond.

Carnaval

Sommige mensen zeggen dat de naam Carnaval eigenlijk uit twee woorden bestaat,Carne Vale en dat betekend afscheid van het vlees. Andere mensen beweren dat het woord Carnaval van het Duitse Faselnacht afgeleid is. Deze benaming verwijst naar een lentefeest. Het woord Carnaval komt volgens deze mensen af van de woorden Carrus Navalis, die scheepswagen betekenen. Bij verschillende volkeren speelden een schip op wielen namelijk een belangrijke rol bij de lentefeesten. Zelfs nu nog trekt de zogenaamde Blauwe schuit door het Duitse Rijnland ter inluiding van de Carnaval.

Volksfeest

Vastenavond was in de middeleeuwen een echt volksfeest. Een feest voor het hele volk. In de 18 een 19 eeeuw sprak men van een volks feest. Het woord volks wordt hier echter negatief bedoeld. De kerk, de overheid en de burgerij vonden het maar niks. 
In veel Limburgse dorpen trokken kinderen en volwassenen op de zondag voor de vasten van huis tot huis. Ze waren soms verkleed, zongen liedjes, speelden op de foekepot en bedelden. 
Zo zamelden ze spek en worst in , dat later thuis of in de herberg werd gebraden. Ze aten dat op en dronken daarbij veel bier. Ook de kinderen dronken bier. 
Soms werden er ook spelen georganiseerd zoals gansslaan of haring bijten. In sommige plaatsen werden deze spelen door de burgemeester verboden. Het gans slaan of gansrijden wordt nu nog op enkele plaatsen gedaan onder protest van de dierenliefhebbers.

Het Rijnlandse Carnaval


Ongeveer zestig kilometer ten oosten van Limburg stroomt de Rijn. Dit gebied noemen we het Rijnland. Een belangrijke plaats in het Rijnland is Keulen. In deze grote stad woonden in die tijd een groepje literairen, mensen die graag schreven en lazen. Zo lazen ze ook boeken van Goethe een bekende schrijver. Goethe was in 1788 in Rome geweest en was onder de indruk van de Carnaval daar. Hij schreef dar een boek over. Ze hadden ook interesse in toneel zoals de Commedia dell’ arte, een bepaalde vorm van toneel spelen. Hierin speelden figuren zoals de nar, de clown en de domino een grote rol. 
Zij buitelden en dolden over het toneel en maakten heel vaak bepaalde gebeurtenissen belachelijk. Keulen was in die tijd bezet geweest door het leger van Napoleon, maar in 1815 werden de Pruisen de baas. Het groepje literairen dacht vol verlangen terug aan de tijd dat Keulen nog een stad was van pracht en praal. In de middeleeuwen bijvoorbeeld werd de keizer in een prachtige optocht Keulen binnen gereden. 
In 1823 kreeg het gezelschap het idee om ook een optocht te gaan organiseren met veel pracht en praal. In plaats van de Keizer werd nu Held Karnaval geboren. De held reed in een prachtige pronkwagen en werd begeleid door militairen (de huidige raad van Elf). 
Later ging men ook onderscheidingen uitreiken en gingen er dansmarietjes mee. In 1825 verscheen de eerste carnavalskrant en Held Karnaval werd later prins Carnaval genoemd .

Van Rijnland naar Limburg

Vanuit Keulen is de carnavalsviering verspreid over het hele Rijnland. Ook in enkele Limburgse steden had men kontakten met plaatsen in Duitsland. En zo werd ook de carnaval in Limburg en Brabant bekend. Sommige carnavalsverenigingen bestaan al heel lang zoals in Maastricht vanaf 1839 en Venlo vanaf 1842. 

Gelukkig hebben nu de overheid en de kerk geen problemen meer met de Carnaval.


Carnavalsgeschiedenis Venetie
bron: http://www.venetia.it/

When Carnival first began it was celebrated from December 26 and reached its climax theday before Ash Wednesday, also known as “Mardi Gras”. During the period of Carnival it seems that every excess was permitted and the fact that everyone wore masks seemed to abolish all social division. All the campi were thronged with people intent on partying and carousing, singing, dancing and playing games. The most common costume (the baùtta ) was composed of a black silk hood, a lace cape, a voluminous cloak (the tabarro ), and a three-cornered hat and a white mask that completely covered the wearer’s face. This allowed revelers to go around the city incognito. It was useful to go to casini, places where you could play games of chance. 
Since 1980 the celebration of Carnival in Venice has gained popularity. People come from the world over to attend private and public masked balls and masked revelers of all ages invade the campi where music and dancing continues nearly day and night. Theatrical performances and an array of ancient games are organized for the amusement of Venetians and visitors alike.


Wat is de herkomst van het volkskundige feest vastenavond ?
bron:onderdeel van een zeer uitgebreide pdf-file http://www.devirtueleklas.150m.com/wo_tijd/geschiedenis_carnaval.PDF 
te vinden op http://www.devirtueleklas.150m.com/geschiedenis.htm

Vastenavond is een feest dat in de late middeleeuwen een eerste hoogtepunt bereikte, beïnvloed door klassieke nieuwjaarsfeesten en Germaanse lentefeesten enerzijds en door kerkelijke zottenfeesten en de christelijke kalender anderzijds. We kunnen spreken van een drievoudige erfenis.

De erfenis van de klassieken

Vanaf het begin van de tiende eeuw duiken herhaaldelijk bronnen op, meestal opgesteld door tegenstanders, over georganiseerd feestelijk gedrag in de periode van november tot mei, met sterk overheersende kenmerken van rolverwisseling en schertsend bedoelde overaccentuering van het gedrag dat bij de aangenomen rol zou horen. Deze spotpraktijken, die zich vooral in kerkelijke middens afspeelden en die we verder zullen behandelen, werden door middeleeuwse kerkelijke geleerden en humanisten onveranderlijk in verband gebracht met uitspattingen die uit de klassieke oudheid bekend waren. Als carnavaleske klassieke feesten worden Kalendae (nieuwjaarsfeesten), Saturnalia (enige dagen in de derde week van december), Bacchanalia en Lupercalia genoemd. Deze feesten, waarbij vermommingen, rolverwisseling en uitspattingen centraal stonden, hadden zich met de uitbreiding van het Romeinse Rijk over Gallië verspreid.

 Eén van deze feesten waren de Lupercalia, die steeds plaatsvonden in februari. Het waren in de eerste plaats vruchtbaarheidsrituelen. Tijdens deze deelden in huiden van wolven (lupi) en andere offerdieren gehulde mannen met februa klappen uit aan vrouwen. Die februa waren riemen, gesneden uit vellen van offerdieren (geiten). Het doel van dit ritueel was tweeledig: het vruchtbaar maken van de vrouwen door hen te slaan met een levensroede en het bestraffen en reinigen van alle zonden en nalatigheden tijdens het voorbije jaar. Uit dit ritueel kreeg de maand februari haar naam: de reinigings- of vruchtbaarheidsmaand.

In hoeverre kunnen we vastenavondvieringen beschouwen als erfgenamen van klassieke feesten als de Lupercalia? Het antwoord zit in de manier waarop deze feesten na het invallen van de Germaanse volkeren in het Romeinse Rijk zijn blijven doorleven in de gebieden die voorheen werden geromaniseerd. In het Oost-Romeinse Rijk bleven de Kalendae tamelijk ongeschonden voortbestaan. Elementen van de klassieke nieuwjaars- en vruchtbaarheidsfeesten in het begin van de vijfde eeuw waren het bedelen met nieuwjaarswensen, het vermommen als vrouw, het geven van geschenken en het belachelijk maken van het hoogste gezag.

In het Oost-Romeinse Rijk geldt voor de middeleeuwen dat de spotfeesten in hoge mate klassiek geïnspireerd blijven. In het westen moeten we rekening houden met de invloed van een Germaans-Keltische traditie. Getuigenissen uit de zestiende eeuw zien vastenavond als een christelijke navolging van de Bacchanalia, aangevoerd door een aangepaste Bacchus. Het aantrekkelijke van de visie om de antieke feesten als bakermat van het carnaval te beschouwen, ligt zowel in de betrekkelijk rijke documentatie als in het feit dat middeleeuwse geleerden deze relatie zelf leggen. Toch verklaart deze voorstelling maar gedeeltelijk het voorkomen van vastenavondvieringen in onze streken. Er moet meer aan de hand zijn dan een ‘christelijke imitatie’. Aanknopingspunten vinden we bij agrarische culten van Germaans-Keltische oorsprong en de ritualisering daarvan door de christelijke Kerk.

De erfenis van de Germaans-Keltische lentefeesten


Uitgangspunt vormen vruchtbaarheidsrituelen bij de beleving van het opnieuw ontwaken van de natuur na de winter. Deze vruchtbaarheidsgebruiken vonden vooral plaats bij de plattelandsbevolking in de overgangsperiode van winter naar zomer en komen voor tot in de vroege middeleeuwen. De rituele werden uitgevoerd door geheime Germaanse mannenbonden. Deze verbeelden de dode voorvaderen die op gezette tijden offergaven komen afhalen en van dat moment gebruik maken om wetsovertreders te straffen. In ruil voor de offers geven ze vruchtbaarheid. Hun optreden ging gepaard met geraas, ketelmuziek, drinkgelagen en een zeker ‘steelrecht’ indien het niet duidelijk was hoe en waar de offers zich bevonden. Met dat lawaai verjoegen ze de winterdemonen, die ze in onderlinge rolverdeling ten dele ook zelf voorstelden. Verkleed in goede (de voorouders) en kwade (de demonen) geesten speelde men, gewapend met hun instrumentarium van roosters, ketels, vorken en pannen, hun treffen na.

Deze Germaanse culten zijn enkel naar vorm tot op zekere hoogte te onderscheiden van de rituelen, die naar inhoud op zichzelf ook tot de klassieke cultuur behoren. Dat deze Germaans-Keltische riten ervaren worden als voorlopers van de vastenavondviering is het gevolg van uitingen van allerlei natuurgebruiken die opduiken in heel wat laatmiddeleeuwse feesten die als vastenavondviering aangeduid kunnen worden. In hoeverre de Germaanse gebruiken elementen bevatten van een klassieke erfenis voor ze de middeleeuwse stadscultuur binnenkomen is onduidelijk. Wel heerst er een sterk vermoeden dat de jongerenverenigingen, die in de dertiende eeuw deel uitmaken van de kern van de feestviering, teruggaan op de cultische mannenbonden die eerder werden besproken. Verder zien taalkundigen in de term ‘vastenavond’, en zeker in de Middelnederlandse variant
’vastelavont’ het oudgermaanse ‘faseln’ dat staat voor ‘vruchtbaarheid opwekken’ en op grond van het daarmee verbonden ritueel zelfs ‘onzinnigheid bedrijven’. De spelling ‘vastenavond’, evenals de nieuwe term ‘carnaval’ vanaf de zeventiende eeuw, zou getuigen van de toenemende verchristelijking van de inheemse lentegebruiken.

De erfenis van de kerkelijke zottenfeesten

Sinds de tiende eeuw zijn er gedocumenteerde berichten bewaard, vaak opgesteld door tegenstanders, over door kloostergemeenschappen en kapittelkerken georganiseerd feestelijk vermaak in de periode van de vastenavondvieringen. Deze kerkelijke zottenfeesten, eet- en drinkpartijen die verschillende dagen konden aanhouden, werden beheerst door een alternatieve orde die de ontkenning van de normale hiërarchie inhield. Hoe dan ook was het een feest te midden van ongekende overvloed, in scherp contrast met het aan het kloosterleven eigen sobere en barre bestaan. Het feest ontstond in de kloosters en kloosterscholen bij de laagstgeplaatsten, de scholieren, maar breidde zich snel uit over kathedralen en kapittelkerken, waar koorknapen en subdiakens het gebruik overnamen. Al vrij snel werden de kerkelijke zottenfeesten in alle rangen van de Kerk gevierd. Opvallend is dat deze kerkelijke gebruiken heel wat verwantschap vertonen met de eerder beschreven klassieke en Germaans-Keltische lente- en nieuwjaarsfeesten.

Als eerste van de kerkelijke zottenfeesten kwamen de feesten der koorknapen voor. Zij kozen, meestal op Onnozele-kinderendag (28 december), in kapittelkerken een kinderbisschop, in kloosters een kinderabt. Soms gebeurde dit al op Sinterklaas (6 december). Zijn heerschappij heerste in dit geval tijdens de hele maand december. De verkiezing van de spotbisschop had een officieel karakter. De verkozene kreeg een mijter op het hoofd en een staf in de hand. Hij mocht zich dus tooien met de
uiterlijke kenmerken van een echte bisschop, al werden aan de mijter belletjes gehangen en eindigde de staf op een zotskolf. Ook in gebaar gedroeg de kinderbisschop zich als een werkelijke bisschop. Hij bad de gebeden voor, werd bewierookt en zegende uitvoerig zijn aanhang. Hij stelde een eigen kerkelijke hofhouding, een eigen zangmeester en een kapelaan aan. Alle gestelde handelingen kregen een absurde accentuering mee: wierook werd vervangen door brandende schoenzolen,
wijwater door urine, teksten werden geproclameerd in onverstaanbaar en obsceen brabbellatijn en liederen werden gezongen met snerpend hoge stem.

Het kinderfeest werd al snel overgenomen door alle rangen van de Kerk. Deze verbreding deed zich voor in de dertiende en veertiende eeuw. We kunnen de evolutie volgen via heel wat kerkelijke verbodsbepalingen. Deze bepalingen zijn er al van bij het opduiken van de feesten. Vaak zijn ze van lokale aard. Zo verbood de aartsbisschop van Salzburg in 1274 het Onnozele-kinderenfeest dat toen al gevierd werd door de gehele geestelijkheid. Hij wou het feest bannen uit de kerken en kloosters en eiste dat geestelijken, ouder dan zestien jaar, zouden verzaken aan de festiviteiten. Toch bleef het feest bestaan. Meer nog, het evolueerde. Vaak werd de bisschop omgekeerd op een ezel gezet en zo, met het hoofd naar de staart, de kerk rondgereden. Het altaar werd versierd met dierlijke uitwerpselen, die als hosties werden gezegend. In 1435 bepaalde een besluit van het Concilie van Bazel dat alle schertsende vertoningen uit de kerken verbannen dienden te worden. Dit besluit werd voor Frankrijk omgezet in enkele kerkelijke wetten (1438). Het haalde weinig uit. In 1445 schreef de faculteit theologie in Parijs een protestbrief aan bisschoppen en kanunniken. Hierin klaagden ze misstanden aan die nog steeds in menige kloostergemeenschap voorkwamen. Dankbaar maken we gebruik van de beschrijving: priesters droegen maskers tijdens de eucharistieviering terwijl geestelijken dansten in het koor, verkleed als vrouwen, koppelaars en muzikanten. In plaats van psalmen werden liederen met schunnige teksten gezongen. Op het altaar vervingen zwarte pudding en vette worsten brood en wijn. Na de viering traden de feestvierders naar buiten: met wagens en karren werden processies nagebootst waarbij de geestelijken zich provocerend tot het publiek richtten: men zong smerigeliederen en vertoonde obscene gedragingen als naaktdansen.

Vanaf de veertiende eeuw werden de kerkelijke zottenfeesten meer en meer op de straat gevierd. Het is op zichzelf al van betekenis dat alle vermelde schertsbisschoppen die we de in de Nederlanden tegenkomen, op de bisschop van Watten na, handelen in stedelijk perspectief. Hollandse en Henegouwse grafelijke rekeningen geven aan dat de kinderbisschop vanaf 1343, op verschillende data in december en januari, als een echte hoogwaardigheidsbekleder op bezoek ging bij
ambtsgenoten uit andere steden. Met zang, spel, geschenken en geld werd hij ingehaald. Sindsdien vond er ook een wisselwerking met andere, wereldlijke feestelijkheden plaats. Zo kozen de scholieren van Haarlem in 1358-1359 op vastenavond hun ‘koning’. Zo worden de kerkelijke zottenbisschoppen geleidelijk aan een exponent van de stedelijke feestcultuur. De stedelingen, geïnspireerd door de tradities onder de plaatselijke scholieren, benutten maar al te graag het gebeuren om in aangepaste vormen mee te doen.

Het mag hoe dan ook duidelijk zijn hoezeer het kerkelijke zottenfeest, dat toch zeer ver in de middeleeuwen terugreikt, een belangrijke aanzet vormt tot de vastenavondviering. Bovendien verbindt het deze feesten met de Klassieke Oudheid. Wanneer we daarbij oog hebben voor het uiterlijk vertoon dat de vastenavondviering in de middeleeuwse stad zal kenmerken, wordt de hierboven geschetste drievoudige erfenis het meest voor de hand liggende antwoord op de vraag naar de herkomst van de vastenavondviering in Europa.

Externe links over de geschiedenis van Carnaval

Wikipedia over carnaval

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *